Schaatsen is een van de mooiste sporten op deze aardbol en zal dat ook altijd wel blijven. Reden hiervan is natuurlijk dat het ‘van ons is’. ‘We’ hebben toch het meeste water en ‘we’ zijn toch de mensen van de gestampte pot en ‘we’ hebben toch altijd het beste materiaal gehad? Ja, natuurlijk, dat is ook zo. Ik kan me echter niet aan de indruk onttrekken dat vele schaatsfans nu toch wel wat zitten te twijfelen aan hun interesse naar het kijken van wedstrijden hardrijden op de schaats. Simpelweg, vanwege het feit dat ‘we’ zo goed zijn en dat het aanbod van schaatsers hier zo groot is, ziet de KNSB de bomen door het bos niet meer als puntje bij het paaltje belangrijk schaatsevenement komt. De hoge heren weten niet hoe op een geschikte manier mensen uit te zenden naar een dergelijk evenement.
In vroeger dagen ging het allemaal heel anders. Harm Kuipers, Hilbert van der Duim, Yep Kramer, Hein Vergeer en noem ze zo gek niet op, lachen zich nu vast rot. Nee, vroeger ging het heel eenvoudig: Was er een belangrijk evenement dan reden gewoon de beste schaatsers van dat moment op de desbetreffende afstand en als het een allround-toernooi betrof dan gingen de beste allrounders. Thans, in deze knotsgekke wereld van commercie, is het allemaal heel anders. Heel langzaam veranderde het selectiebeleid binnen de KNSB. Heeft ook te maken met het verdwijnen van de befaamde ‘kernploegen’. Vraag een puber van een jaar of zestien, zeventien en hij of zij zal je vol verwondering aankijken als in ‘de wat’ of ‘never heard about it’. Als Heinze Bakker vroeger met zijn bekende Friese tongval op de NOS riep ‘Kemkers, lid van de kernploeg’ dan wist iedereen grif waar hij op doelde. Natuurlijk, de kernploeg was een begrip. Behoorde je daartoe dan was je een van ’s lands beste. Dat gold voor zowel de mannen als de vrouwen. In die tijd ging het selecteren ook allemaal heel anders dan nu. Met de jaren veranderde het nodige. Rintje Ritsma, pionier van de commercialisering in schaatsland, vond het nodig om mee te doen aan reclamespotjes. Velen volgden. Commercie troef en de grijpgrage handjes van de sporters en bobo’s dachten van ‘er moeten ploegen komen’. Dag kernploegen dus en welkom commerciële ploegen. Heel veel jaren ging het crescendo, de lol kon niet op, maar o wee als die Olympische Spelen naderen. ‘We’ waren de voorbije jaren al gek als er mensen uit moesten worden gezonden naar de grote allroundtoernooien, want dan volgde er een zogenaamde skate-off. Uit een klein deelnemersveld van ‘lucky losers’ werden er dan enkelingen of soms een eenling gekozen die dan mochten meedoen. Soms was er dan nog een skate-off 2. Mensen die zich niet tijdens de eerste skate-off hadden geplaatst, konden zich dan alsnog plaatsen. En dan had je ook nog mensen met een ‘beschermde status’, feitelijk mensen die iets hebben gepresteerd en op dat krediet kunnen teren. Vaak zijn er dan weer voorwaarden waar men aan moet voldoen, zoals ‘vormbehoud tonen’ of ‘bij de eerste acht rijden gedurende minimaal drie wedstrijden’. Het voert me veel te ver om al die voorwaarden, regels en zelfs matrixen nader te verklaren, maar het spreekt voor zich dat de KNSB aan het klooien is. Men moet iets, want er moeten straks mensen naar de Spelen in Vancouver. Ons land kreeg per sekse tien deelnemerskaarten. Op internet staan enorme pdf-bestanden met hoe iemand die lange weg naar Vancouver moet bewandelen. Die weg lijkt soms langer dan een voetreis naar Rome of Madrid.
Alles staat ‘zwart op wit’ en alles is keihard gemaakt. De KNSB treft geen enkele blaam wat dat betreft en de sporters weten ook wel hoe het min of meer is geregeld, maar je kwalificeert je in wezen kapot. In de Verenigde Staten lachen Chad Hedrick en Shani Davis zich gek, ook de Italiaan Enrico Fabris lacht en wat te denken van een verdwaalde Rus of Noor die zijn kans straks schoon ziet om in plaats van een overtrainde en oververmoeide schaatser van Dietschen Bloedt een medaille te pakken. Ik vraag me af of het huidige selectiebeleid de juiste is.
Er zijn natuurlijk kansen om deze dans te ontspringen: Hans van Helden ging voor Frankrijk schaatsen en Bart Veldkamp voor België. Ook hadden we al mensen die voor Oostenrijk en Tsjechië gingen schaatsen. Dit idee rees ook in de hoofden van enkele marathonschaatsers (!) uit Nederland. Arjan Stroetinga en o.m. Rob Hadders, twee schaatsers uit het Noorden des lands, wilden via deelname aan de Spelen mogelijk maken door onder Kazachstaanse vlag te rijden. Kazachstan is Azië. Waar zijn we toch mee bezig, zullen velen denken, maar die jongens zijn slim en willen onder dit selectiebeleid uitkomen. Toch werden zij gedwarsboomd. Er kwam nog heel wat bij kijken om ‘Schaatskazak’ te worden en dus ging het feestje voor deze heren niet door en bleven zij hun rondjes rijden op onder meer het Noordlaarder natuurijs en het kunstijs van Deventer of Alkmaar. Daar hoef je je niet te selecteren op ingewikkelde wijze en weet je gewoon dat als je een wedstrijd wint of al zevende eindigt, hoeveel punten je krijgt en aan het eind van het jaar weet je waar je staat en hoe goed je dat jaar écht was. Want er zijn tig mensen die heel goed zijn en niet eens naar de Spelen mogen nu. Heren hoge heren, wijzigt als het u belieft uw selectiebeleid, want dan pakken we nog eens medailles in Canada.
In het kader van Wereldgebedsdag worden vrijdag 5 maart kerkdiensten gehouden in de Evangelisch Lutherse Kerk in Stadskanaal en de Kloosterkerk in Ter Apel.